Updates
Nieuws

De redding van onze Vlaamse houtkanten: verzoening landbouw en natuur in de vorm van boslandbouw

© Sanne Van Den Berge

De cijfers die VRT bij de Natuurinspectie heeft opgevraagd over de achteruitgang van houtkanten in Vlaanderen liegen er niet om: ook de voorbije jaren werden heel wat houtkanten en andere natuur illegaal verwijderd. Helaas verdwijnen er ook heel wat houtkanten op legale wijze: onderzoek van BOS+ uit 2022 toonde reeds aan dat het gros (90%) van de vergunningsaanvragen voor het vellen van bomen buiten bos wordt goedgekeurd.

Voor wie zelf van het platteland houdt en er vaak komt, is dit geen verrassing. Het landschap wordt steeds verder uitgekleed; bomenrijen, houtkanten en heggen gaan er stilletjes (of in sommige regio’s aan een snel tempo) op achteruit. Er wordt dikwijls naar de landbouwer gekeken, en ook de cijfers van de Natuurinspectie geven aan dat er veel inbreuken vastgesteld worden in het agrarisch gebied. Nochtans vormden ‘boeren en bomen’ nog niet zo heel lang geleden een geslaagd huwelijk. Uit houtkanten werd brandhout, geriefhout, veevoeder (loof) of kleinfruit geoogst, bomen boden beschutting voor weidedieren en dense meidoornheggen werden ingezet als veekering.  

Het klopt dat deze toepassingen in onbruik zijn geraakt, maar dat wil niet zeggen dat bomen geen economische waarde zouden hebben binnen de landbouwbedrijfsvoering. Bomen en struiken dragen bij aan het ondersteunen van wilde bestuivers, die op hun beurt instaan voor de bestuiving van gewassen. Bomen kunnen natuurlijke vijanden van plaagsoorten herbergen, ze houden de bodem weerbaar tegen uitdroging dankzij de aanvoer van organisch materiaal en ze creëren een microklimaat waarbij temperatuursextremen worden gebufferd. In de melk- en vleesveesector worden de effecten van hittestress steeds meer gelinkt aan een afname van de melkproductie en het onvruchtbaar worden van de stieren in de zomer. 

Net daarom zit het planten van bomen op landbouwpercelen ook weer voorzichtig in de lift: O.a. voor de schaduwwerking voor weidevee (zie ook de campagne Staat de airkoe in jouw weide aan? – Regionale Landschappen) of het dienen als voederheg (zoals binnen het project Weiren voor Wase weiden  – BOS+ ) worden bomen weer meer ingezet in het landbouwbedrijf. Ook de interesse in de vruchten die bomen opbrengen of het (kwaliteits)hout, wint aan interesse. Er blijven echter grote drempels bestaan, waaronder rechtsonzekerheid na aanplant en de lange termijn marktafzet van producten.  

Het combineren van bomen en struiken met een landbouwteelt of met beweiding van dieren wordt gevat onder de noemer boslandbouw (in het Engels: agroforestry). In 2011 werd vanuit BOS+, het ILVO en andere organisaties die werken rond boslandbouw het Consortium Agroforestry Vlaanderen opgericht, dat deze drempels via onderzoek en concrete projecten aanpakt.  

Sinds 2012 komen actieve landbouwers in aanmerking voor de aanleg van – en sinds 2022 ook voor het onderhoud van boslandbouw. 75% van de aanplantkosten (plantgoed, boombeschermings- en verstevigingsmaterialen en aanplantkosten) wordt gesubsidieerd. Dankzij aanpassingen in het Bosdecreet en de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening genieten landbouwers die nieuwe en geregistreerde boslandbouw aanleggen meer rechtszekerheid zodat boslandbouw ingepast kan worden op moderne landbouwbedrijven.   

Houtkanten en bomenrijen worden vandaag helaas meestal nog niet als moderne boslandbouw erkend: hiertoe dienen de bomen in een homogene spreiding aangeplant te worden en te voldoen aan een bepaalde densiteit (30 tot 200 bomen per hectare). Binnen een houtkant ligt die densiteit vaak hoger, en randbeplanting valt niet onder ‘homogene spreiding’. Nochtans zou het opnemen van randbeplanting onder boslandbouw soelaas kunnen bieden: dan wordt de oppervlakte die deze aanplant inneemt niet in mindering gebracht van de oppervlaktesubsidie die landbouwers krijgen voor hun productieve percelen.  

Een volgende stap in het motiveren van landbouwers om meer houtkanten aan te planten, zou dan kunnen zijn om ook een uitzondering op het Natuurdecreet te verkrijgen voor deze nieuwe en als boslandbouw geregistreerde houtkanten. Deze piste is alvast een haalbaardere piste dan het invoeren van een nieuw juridisch statuut ‘tijdelijke natuur’, waarvoor o.a. de Boerenbond een pleidooi houdt. Op dit moment is de aanwezige natuur in Vlaanderen in zo een kritieke toestand dat het weinig realistisch is dat de Europese Commissie zal openstaan voor het geven van vrijstellingen voor bepaalde vormen van ‘tijdelijke natuur’ binnen agrarisch gebied. 

Wel ijveren we ervoor om landbouwers die bomen planten in of langs hun percelen, niet te ‘straffen’ door deze aanplanten uit te kleuren uit hun verzamelaanvraag, waardoor ze oppervlaktesubsidies mislopen en minder mestafzet mogen doen. Dit werkt contraproductief. Iedereen heeft baat bij een weerbaar landschap, van producent tot consument, van natuurliefhebber tot recreant. 

Meer weten? Deze aanbevelingen komen uitgebreider aan bod in de BOS+ studie uit 2024: Regelgeving, handhaving en ondersteuning van houtkanten en andere KLE in Vlaanderen. Stand van zaken en mogelijkheden tot optimalisatie | Vlaanderen.be

Terug

Steenmeel als veelbelovende revitalisatiemaatregel voor verzuurde bossen

BOSACTUA: Voorstel voor verbreding van de definitie inheems bij boomsoorten

Lees meer artikels