Toen ik het boek ‘Kan Congo de Wereld redden’ in mijn handen kreeg was ik benieuwd naar John Vandaele zijn onderzoekswerk. Bij onze ontmoeting op de biodiversiteitsconferentie in Kisangani regelden we dat John ons zou vergezellen tot in de gemeenschappen waar Tropenbos RDC, een partner van BOS+, werkt rond gemeenschapsbosbeheer. John was al even bezig aan een artikelreeks over het mondiaal belang van het bos in Congo en de lokale realiteit. Ik was dus benieuwd of John de grote lijnen uit deze bezoeken had gehaald en de subtiliteit had weten te vatten. En dat heeft hij!
John combineert de kennis uit gesprekken met wetenschappers, politici en experten met de verhalen uit zijn eigen bezoeken aan verschillende projecten tot een helder betoog. Het boek beschrijft de lokale en mondiale krachten die spelen in Congo met als inzet het tropisch regenwoud dat ondertussen de eerste long van deze planeet is. Hij schetst op het einde hoe behoud van dit woud kan kaderen in het hedendaags grote geopolitieke en economische verhaal. Een ecologisch ontwikkelingspad voor Afrika met de EU als sterke partner kan zowel strategisch zijn voor de belangen van de EU als Afrika.
Hadden we als BOS+ een opdracht gegeven om een boek over ons werk te schrijven, dan had het niet beter kunnen zijn dan dit boek. Het vat rechtstreeks de relevantie, de complexiteit en het belang van het werk van BOS+ en zijn partners. Letterlijk, want John bezocht de twee projecten die BOS+ mee ondersteunt in Congo: Faja Lobi in de provincie Kwilu en Tropenbos in de provincie Tshopo.
Korte inhoud
Het boek neemt je mee in de nieuwste (en oudere) wetenschappelijke inzichten. Tussen 1990 en 2000 namen tropische regenwouden jaarlijks nog 4,6 miljard ton CO2 op uit de atmosfeer – toen nog 17% van de globale CO2 emissie. Tussen 2010 en 2020 was dit nog 2,5 miljard ton CO2, slechts 7% van de globale CO2 emissies. Daarvan nam het Afrikaans regenwoud 1,35 miljard ton voor zijn rekening en het veel grotere Amazonewoud 1,15 miljard ton. Vooral de Amazone verloor zijn capaciteit om CO2 op te nemen.
Het centraal Afrikaans regenwoud is niet alleen de belangrijkste koolstofstofzuiger. John schetst ook haar belang als tweede koelsysteem en de tweede waterpomp van de wereld die mondiale klimaat- en regenpatronen stuurt. Tenslotte komt ook haar waarde als biodiversiteitshotspot aan bod. Het illustreert hoe dit woud diensten levert die uiterst belangrijk zijn voor de hele wereld. Dat weet de Congolese regering ook en zij wil betaald worden voor deze bijdrage van Congo aan de klimaatstabilisatie.
Ook een groot deel van de lokale bevolking is rechtstreeks afhankelijk van het woud, voor houtskool, medicijnen, voedsel uit pluk en jacht, constructiehout maar vooral als landbouwgrond waarvoor het bos gekapt en afgebrand wordt. Tussen 2010 en 2020 nam het Congolees woud met 1,58% af, voornamelijk door zwerflandbouw en de houtskoolindustrie aangevuld met de eerder bescheiden industriële houtkap. Als we aan dit tempo voortdoen schiet er op het einde van deze eeuw maar weinig meer over van dit woud.
In het tweede hoofdstuk wordt onderzocht wat de wereld besteedt om het Congolese woud te redden. In dit hoofdstuk neemt John ons mee langs verschillende projecten op het terrein die uit verschillende kanalen worden gefinancierd. Via successen, tegenslagen, fraude en kansen wordt een beeld geschetst van de mogelijkheden en uitdagingen van bosbescherming in Congo. Waarna hij alle cijfers samenlegt: 1) de investeringen door andere landen (Noorwegen op kop, samen met verschillende andere Europese landen) die via CAFI (Central African Forest Initiative) worden verdeeld over verschillende projecten, 2) investeringen via de Wereldbank, 3) internationaal budget voor beheer van de nationale parken en 4) verschillende private geldstromen waaronder koolstofkredieten. Zo komen we aan 200 miljoen euro per jaar of 2 dollar per inwoner van Congo. John stelt de vraag of we een van de armste bevolkingen ter wereld met jaarlijks minder dan 2 dollar per Congolees kunnen overtuigen om niet te doen wat zowat alle volkeren van de wereld hen al voordeden: hun natuurlijke bossen kappen?
In het derde en laatste deel van het boek schetst de auteur een beeld hoe een nauwe samenwerking van de EU en Afrika een mogelijke en zelfs wenselijke strategie is in deze veranderende wereldorde. Kan het Afrikaans continent – als eerste – een ecologisch ontwikkelingspad bewandelen? Afrika heeft een jonge en groeiende bevolking (2,5 miljard tegen 2050 wordt geschat) maar dit wordt tot nu toe slechts beperkt vertaald in economische groei en welvaart voor de gemiddelde Afrikaan. Dit is zowel een kans als een uitdaging, want zonder grootschalige investering kan de economie zich niet ontplooien. De EU heeft daarnaast een aantal eigen belangen. Angst voor migratie, zorg voor het klimaat en toegang tot grondstoffen zijn thema’s die in Europa sterk leven.
“Diepgaande samenwerking met ons buurcontinent Afrika kan veel van Europa’s vitale belangen vooruithelpen. Een echte samenwerking met wederzijds voordeel is meer dan mogelijk. Het vergt wel empathie, durf en verbeelding.” besluit John Vandaele in dit laatste hoofstuk.
Praktisch
- Titel: Kan Congo de wereld redden?
- Auteur: John Vandaele
- Uitgeverij: EPO
- Aantal pagina’s: 200
- Prijs: €19,90
- Uitgave: 2025
ISBN 9789462675407
Verkrijgbaar in de boekhandel
Gelieve als volgt te citeren:
Bram Sercu (2026) De Revue Gepasseerd | Kan Congo de wereld redden? Bosrevue 122b
ISSN 2565-6953 – Bosrevue 122b