De Klimaattop in Belém is afgelopen. De COP van de waarheid is het niet geworden, de doorbraak-COP voor bossen evenmin. Ontbossing wordt kort vermeld in de slotverklaring: ontbossing moet stoppen tegen 2030. Dat was in 2021 al beloofd, en ontbossing raast ondertussen verder.
Er is een akkoord, in tumultueuze geopolitieke tijden waarin wereldwijde onderhandelingen geen evidentie meer lijken. De voorbereidingen voor COP31 kunnen starten. Als de afspraken worden nagekomen worden er weer enkele tienden van een graad bijkomende opwarming vermeden. Maar verder zien we opnieuw een zeer magere uitkomst, met enkele lichtpuntjes.
Stappenplan stoppen ontbossing
Het slotakkoord bevatte uiteindelijk geen vermelding van de afbouw van fossiele brandstoffen, dat werd geblokkeerd door de olieproducerende landen. Een globaal plan voor het stoppen van ontbossing sneuvelde mee – in de geest van de nood aan actie had gastland Brazilië beide aan elkaar gekoppeld.
Zo’n stappenplan is meer dan nodig. Beloftes zoals die gemaakt op COP26 in Glasgow – om ontbossing te stoppen tegen 2030 – zijn een eerste stap. Maar om een wereldwijd probleem met enorm veel facetten en betrokken actoren effectief aan te pakken, heb je ook een strategie met duidelijke en concrete deeldoelen nodig om naartoe te werken. Zaken als het stroomlijnen van nationale plannen en wetgeving, het heroriënteren van financiële stromen, wereldwijde afspraken rond handel in landbouwproducten, of andere vormen van samenwerking.
Financiering blijft heikel punt
De lancering van het Tropical Forests Forever Fonds (TFFF) wordt naar voor geschoven als een van de kleine overwinningen van deze COP. Via dat mechanisme zouden landen die tropisch bos laten staan structurele financiering krijgen. Maar tot nu toe werd maar rond de 6 in plaats van de nodige 25 miljard euro startkapitaal opgehaald. Dat is veel minder dan wat nodig is, en nóg veel minder dan wat er elk jaar naar schadelijke praktijken voor bos gaat.
Een gelijkaardige bedenking kan worden gemaakt bij de subsidies die zouden worden voorzien voor het beschermen van Centraal-Afrikaans regenwoud – waar ook ons land zich met 5 miljoen euro bij aansloot. Op zich is het uiteraard positief dat er bijkomende middelen naar bos zouden gaan, maar dat is maar een fractie van wat nodig is.
Dat de financiering voor klimaatadaptatie zou verdrievoudigd worden is ook een van de lichtpunten van Belém. Maar zolang de uitstoot niet veel sneller naar beneden gaat, zullen de kosten van adaptatie en schade en verlies ook steil blijven toenemen.
Geopolitiek speelde zeker ook mee, maar de EU vond weinig gehoor voor het pleidooi voor ambitie omdat datzelfde enthousiasme – zoals gewoonlijk – niet werd getoond voor klimaatfinanciering.
Stapjes voor klimaatrechtvaardigheid
Inheemse gemeenschappen lieten hun stem heel luid klinken en sleepten wat overwinningen in de wacht. Daartegenover staat wel dat fossiele lobbyisten nog altijd veel makkelijker en in veel grotere aantallen meewegen op de onderhandelingen.
Een van de zaken waar de rechten van inheemse gemeenschappen – naast arbeids- mensen- en andere rechten – meer garanties krijgen is het Mechanisme voor Rechtvaardige Transitie. Dat moet ervoor zorgen dat iedereen meekan met de nodige veranderingen, en dat er geen sociale drama’s zijn voor werknemers in getroffen sectoren. Die doorbraak was een van de belangrijke strijdpunten van de Klimaatcoalitie.
© Photo by IISD/ENB | Mike MuzurakisCoalition of the willing: zijspoor of bijkomende route?
Er was ook opnieuw commotie bij de slotvergadering. Colombia protesteerde tegen de voorgelegde tekst, maar daar werd uiteindelijk geen rekening mee gehouden. Dat land neemt ook een leidersrol op in de ‘coalition of the willing’ – landen die veel sneller resultaat willen boeken dan wat de COP’s in hun huidige vorm toelaten. In april 2026 organiseert het een internationale conferentie over een rechtvaardige uitstap uit fossiel. Brazilië wil daar ook verder werken aan het stappenplan voor het stoppen van ontbossing.
Dat mag inderdaad niet vergeten worden: er zijn wel degelijk heel veel mensen, steden, deelstaten en landen die wél vooruit willen en uitstootreductiedoelen verhogen, steenkool uitfaseren, bossen herstellen en sleutelen aan voedselsystemen.
Dat neemt echter niet weg dat een globale aanpak – met wereldwijde consensus of op zijn minst het overgrote deel van landen – nodig blijft. Naast de hoger vermelde nood aan overkoepelende strategieën, is een gelijk speelveld ook een cruciale factor. Anders zullen landen die veel ambitie tonen het risico blijven lopen benadeeld te worden.
Geen tijd meer voor vertragingen
Daarin zitten sterke parallellen met het verhaal van de Europese ontbossingswet. Die zou ook voor een gelijk speelveld moeten zorgen. En het zou een eerste belangrijke stap geweest zijn voor zo’n globale aanpak.
Ook daar was de EU-houding pijnlijk. Tijdens dé bossen-COP pleitte de Unie voor klimaatambitie, maar ondertussen werd in Brussel vooral hard gewerkt om de EUDR verder af te zwakken en uit te hollen.
Dat betekent nog meer vertraging, terwijl het koolstofbudget zo goed als op is. Wetenschappers waarschuwen met steeds scherpere toon voor de enorme risico’s. Ontbossing moet zo snel mogelijk stoppen voor een leefbaar klimaat, en vice versa.
Lees de reactie van de Klimaatcoalitie: https://klimaatcoalitie.be/https-coalitionclimat-be-face-aux-occasions-manquees/