Updates

kenniscentrum

Een bos aanplanten: hoe doe ik dat? (bis)

Vlaanderen is één van de meest dichtbebouwde regio’s ter wereld. Mochten er geen bomen en reliëf zijn, zou je quasi nergens in Vlaanderen nog om je heen kunnen kijken zonder infrastructuur te zien. Dit maakt dat Vlaanderen ook wel een nevelstad genoemd worden. We zijn in Europa eveneens de koploper in bodemafdichting door infrastructuur.

Waar moet je rekening mee houden?

Door de chaotische ruimtelijke ordening, liggen er op gronden in Vlaanderen vanuit verschillende sectoren (landbouw, industrie, natuur…) zware claims. Daarom is ook bosuitbreiding vaak onderhevig aan een complexe regelgeving. We geven hieronder een overzicht van de belangrijkste regels waarmee je moet rekening houden als kandidaat-bebosser.

© Vilda (Yves Adams)
  • veldwetboek

     Het veldwetboek is een oude wettekst die de tand des tijds echter zeer goed heeft doorstaan. Het veldwetboek stelt dat er voor het aanplanten van bossen in de voor landbouw bestemde gronden een vergunning nodig is van de burgemeester en het schepencollege van de gemeente.

    Concreet wil dit zeggen dat je voor bosuitbreiding in agrarisch gebied (de bestemming van je grond kan je raadplegen op het gewestplan) een schriftelijke vergunningsaanvraag moet richten aan het schepencollege. Vervolgens krijgt het schepencollege 30 dagen de tijd om te antwoorden. Indien het schepencollege niet antwoordt op deze vergunningsaanvraag binnen deze termijn, wordt de vergunning geacht verleend te zijn. Vraag dus telkens een ontvangstbewijs of schrijf aangetekend zodat je een bewijs hebt van de datum waarop je je aanvraag hebt verstuurd.

    Voor bebossing in agrarisch gebied is er ook een advies nodig van departement landbouw & visserij. Deze schriftelijke aanvraag kan je zelf doen bij de provinciale diensten van het departement of door je gemeente laten aanvragen. Het departement krijgt 20 dagen de tijd om te antwoorden. Indien er geen advies binnen die termijn komt, dan wordt het advies eveneens positief geacht. Ook hier is dus een aangetekend schrijven of ontvangstbewijs aan te raden. Het opvragen van dit advies is verplicht, maar het advies zelf is niet bindend: je bent dus niet verplicht het te volgen

    Bij beide aanvragen is het zeer belangrijk om gefundeerd te argumenteren waarom bosuitbreiding op die plaats een goede keuze is. Bufferfunctie tot een verkeersweg/industriezone, verbinding of versterking van andere bestaande bossen, recreatiebehoefte van omwonenden, ongunstige bodemtoestand voor landbouwgebruik, bosaanleg als erosie werende maatregel, … zijn goede redenen die dikwijls kunnen aangehaald worden. Duidelijke beschrijving van de locatie, kadastrale gegevens en kaartmateriaal met een aanplantingsplan worden best toegevoegd aan deze aanvragen.

    Een ander belangrijk aandachtspunt uit het veldwetboek is dat bosaanplanting ook aan afstandsregels onderworpen is.

    • Bij landbouwpercelen mogen hoogstambomen niet dichter dan 6 m tot de grens met het naburige landbouwperceel aangeplant worden, en struiken niet dichter dan 2 m.
    • Bij niet-landbouwpercelen mogen hoogstambomen niet dichter dan 2 m tot de grens met het naburige landbouwperceel aangeplant worden, en struiken niet dichter dan 0,5 m.
    • In een (beperkt) aantal gemeentes gelden andere regels (o.b.v. oude gebruiken): bevraag je hierover bij je gemeentelijke groen- of milieudienst.
  • natuurdecreet en VEN

    Om de schaarse natuur in Vlaanderen te beschermen, werd in 1997 het Natuurdecreet van kracht. Omdat ook heide, graslanden, vennen… waardevolle habitats zijn, is het verboden om deze om te zetten in bos. In o.a. het Uitvoeringsbesluit van de Vlaamse regering, daterend uit 1998, staat beschreven wat dit concreet inhoudt.

    Onafhankelijk van de bestemming van de grond is het verboden om de volgende kleine landschapselementen (KLE’s) en bepaalde vegetaties te wijzigen (wat door bebossing kan gebeuren):

    1. holle wegen
    2. graften (sterke knikken in het reliëf van hellinggronden; meestal begroeid met bomen of struiken)
    3. bronnen
    4. historisch permanent grasland (met in begrip van het daaraan verbonden microreliëf en poelen gelegen in groengebieden, parkgebieden, buffergebieden en bosgebieden of in een beschermd landschap of in het beschermingsgebied Poldercomplex (BE 2500932) en het Zwin (BE2501033), voor zover er voor deze gebieden geen afwijkende instandhoudingsdoelstellingen zijn vastgelegd)
    5. vennen en heiden
    6. moerassen en waterrijke gebieden
    7. duinvegetaties.

    Bij de provinciale diensten van Natuur en Bos (ANB) kan een ontheffing van dit verbod aangevraagd worden. Evaluatie op het terrein kan leiden tot het detecteren van dergelijke vegetaties en KLE’s maar ook de Biologische Waarderingskaart (BWK) is een nuttige tool hierbij.

    In bepaalde gebieden moet je een natuurvergunning vragen voor bebossing, als die bebossing zal leiden tot:

    1. Vernietiging, beschadiging of doen afsterven van de aanwezige vegetatie
    2. Wijzigen van het reliëf
    3. Wijzigen van de waterhuishouding
    4. Wijzigen van historisch permanente grasland met inbegrip van het daaraan verbonden microreliëf en poelen, indien deze gelegen zijn in valleigebieden, brongebieden, natuurontwikkelingsgebieden, agrarische gebieden met ecologisch belang of met bijzondere waarde, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden en Ramsar-gebieden voor zoverre het historisch permanent grasland binnen deze perimeter als habitat is opgenomen
    5. Rooien of verwijderen en het beschadigen van houtachtige beplantingen
    6. Wijzigen van de vegetatie horende bij de kleine landschapselementen met inbegrip van het wijzigen van vegetatie van perceelsrandbegroeiingen en sloten

    Dit is het geval in groene en geel-groene gebieden volgens het gewestplan, plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan, in beschermde duingebieden volgens het duinendecreet, in Vogel- en Habitatrichtijngebieden en RAMSAR-gebieden. Voor de laatste twee acties moet je ook in het Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk (IVON) en de landschappelijk waardevolle agrarische gebieden (gewestplan) een natuurvergunning aanvragen.

    Ten slotte is ook het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) van belang. Bebossing is mogelijks in strijd met de spelregels die gelden in het VEN. Deze regels vind je op de website van het ANB.

  • Beschermde landschappen

    Omdat bomen een impact hebben op het landschap mag je niet zomaar bebossen in beschermde landschappen. Als je in een beschermd landschap wil bebossen (waar de beschermde landschappen zich bevinden, kan je raadplegen in de Landschapsatlas), moet je een vergunning aanvragen bij het Vlaams Agentschap Onroerend Erfgoed.

Samen met BOS+ bebossen

Wil u zich de rompslomp van het doornemen van de Vlaamse Wetgeving besparen? Doe dan gewoon beroep op onze expertise in bebossingen.

Meer weten