Updates
Nieuws

40 procent grootste ontbossende bedrijven en financiële instellingen hebben geen beleid rond ontbossing

© Vilda - Bert Willaert

Wereldwijde ontbossing wordt al langer erkend als een enorm probleem, maar bleef de laatste tien jaar doorrazen aan veel te hoog tempo. Vrijwillige engagementen zoals de New York Verklaring voor Bossen (NYDF, 2014) worden niet waargemaakt. Sinds het verstrijken van de deadline voor het stoppen van ontbossing vastgelegd in die verklaring (2020), zijn we al drie keer de oppervlakte van België aan primair tropisch regenwoud verloren. Ondertussen werden nieuwe beloftes gemaakt, zoals de verklaring van Amsterdam voor ontbossingsvrije waardeketens tegen 2025 en de verklaring van Glasgow voor het volledig stoppen van ontbossing tegen 2030 

Bedrijven stappen meer en meer aan boord van die beloftes. Dat is ook broodnodig: het zijn hun verdienmodellen die ontbossing veroorzaken. Ze hebben collectief ook veel meer financiële slagkracht. Ze doen mee in woorden, maar ook in daden? Maken ze werk van hun belofte om bij te dragen aan het stoppen van ontbossing? 

Om die vraag mee te kunnen beantwoorden maakt de organisatie Global Canopy elke 2 jaar een rapportLees het volledige rapport hier: https://forest500.org/sites/default/files/forest_500-2023_annual_report.pdf op dat de inspanningen bekijkt van de ‘Forest 500’, de grootste privé-spelers op wereldvlak als het over ontbossing gaat, bestaande uit 350 bedrijven en 150 financiële instellingen. Ze kijken daarbij naar de aanpak om ontbossing tegen te gaan, de ambitie van doelstellingen, de traceerbaarheid van hun producten, hun engagementen rond mensenrechten en hoe ze hun beloftes waarmaken doorheen hun waardeketens.  

De resultaten van pas uitgebrachte rapport voor 2023 zijn ontnuchterend. Bijna de helft (40%) van de spelers op de lijst heeft niet eens een ontbossingsbeleid.  

Ambitieus anti-ontbossingsbeleid bij grote bedrijven blijft uit 

Bedrijven op die 500-lijst hebben een risico op ontbossing in hun waardeketens: de producten die ze aan- en verkopen, hebben mogelijk ontbossing veroorzaakt. Handelaars in wereldwijde sojastromen bijvoorbeeld, of grote vleesverwerkende bedrijven. Ook bandenfabrikanten, cacao- en koffie-importeurs en chocoladeproducenten horen hierbij. Vaak gaat het om grote spelers die niet één, maar meerdere van deze producten verhandelen en verwerken. Enkele van de cijfers die het meest in het oog springen: 

  • 31% van de bedrijven met toeleveringsketens die het grootste ontbossingsrisico vormen, neemt op dit moment geen enkel engagement rond ontbossing
  • Slechts 29% van de grootste ontbossende bedrijven heeft een engagement voor al hun producten met een hoge kans op het veroorzaken van  ontbossing
  • Slechts de helft van die 29% volgt ook effectief hun toeleveranciers op of de brongebieden waar de producten vandaan komen
  • Minder dan een kwart eisen van leveranciers  – stroomopwaarts in de waardeketen – dat ze ontbossingsvrij zijn
  • Een schamele 2% van de bedrijven met de doelstelling van netto-nul ontbossing zijn op het goeie spoor om dit te halen

Financiële instellingen

Hoewel ze niet rechtstreeks bijdragen aan ontbossing, dragen financiële instellingen zoals banken en investeringsfondsen een enorme verantwoordelijkheid. Ze voorzien via investeringen en leningen de middelen om ontbossing te laten gebeuren. 

In totaal voorzien de 150 onderzochte spelers voor 6,1 duizend miljard dollar aan financiering aan bedrijven met ontbossingsrisico in hun waardeketen. Dat is ongeveer tien keer het BNP van België. En ze hinken nog verder achterop dan de bedrijven zelf wat betreft hun inspanningen.  

  • Minder dan een derde (32%) erkent publiek dat ontbossing een risico vormt voor bedrijfsvoering
  • Slechts 39% hebben voor hun leningen en investeringen überhaupt een beleid rond ontbossing 
  • De instellingen zonder ontbossingsbeleid voorzien samen voor 3,6 duizend miljard dollar aan financiering aan bedrijven met de hoogste blootstelling aan ontbossing, zo’n 300 miljard dollar meer dan het BNP van Duitsland
  • Een povere 11% heeft een beleid voor de vier belangrijkste ontbossende producten 

Eind 2021 werd een globaal stappenplan uitgewerkt voor de financiële sector om ontbossing te stoppen, dat bestaat uit 6 fases2. 21,3% zit in fase 1 en 1,3% in fase 2. De overige 77,3% (meer dan drie kwart), is nog niet eens begonnen. Kan je de spelers die al in fase 2 zitten als ‘voortrekkers’ beschouwen? Ook die staan nog heel ver verwijderd van het stoppen van het bekostigen van ontbossing. 

Ontbossing en mensenrechtenschendingen 

Ontbossing gaat jammer genoeg maar al te vaak gepaard met schendingen van mensenrechten. Dubbel jammer is dat geen enkele van de bedrijven op de lijst voldoen aan de vereisten om mensenrechtenschendingen te voorkomen.  

  • De gemiddelde score voor mensenrechten-inspanningen nam zelfs af met 7% 
  • Minder dan een derde (27%) van de financiële instellingen vereist consultatie en instemming van lokale gemeenschappen voor op zijn minst één product 
  • Een luttele 6% van de financiers eist dat de gebruiks- en eigendomsrechten van inheemse en lokale gemeenschappen worden gerespecteerd

Een kwestie van tijd 

Van 2020 naar 2025 en van 2025 naar 2030. Voor het stoppen van ontbossing is verder uitstel van streefdata geen optie meer, omdat het in de feiten neerkomt op afstel. Op een tijdschaal kleiner dan eeuwen zijn primaire bossen onvervangbaar. Ontbossing verzwakt ook de veerkracht van overblijvend bos, waardoor verregaande degradatie en verdroging binnenkort onomkeerbaar wordt.

Om binnen de planetaire grenzen van klimaatverandering en biodiversiteitverlies te blijven, moet verdere ontbossing simpelweg stoppen.

Bedrijven moeten in turbo gaan om een ambitieus beleid uit te werken én waar te maken. Met een streefdatum die niet voorbij 2025 gaat.  

Wettelijk kader brengt hoop 

Dat vrijwillige engagementen weinig zoden aan de dijk brengen, deed eerder al kijken naar regelgeving en verplichting. Het was ook een van de redenen waarom er vanuit de civiele maatschappij zoveel belang werd gehecht aan de Europese anti-ontbossingswetgeving.  

Met de nieuwe wet – EUDR gedoopt, voor EU Deforestation Regulation – en gelijkaardige wetgeving in ontwikkeling in het VK en de VS, zullen bedrijven op korte termijn verplicht worden om ontbossing in hun toeleveringsketens te gaan opsporen en aanpakken. De Europese wet zal van toepassing worden vanaf 2025Eind 2024 voor grote bedrijven, mid 2025 voor KMO's..

Daardoor zouden producten die na 31/12/2020Dit is de zogenaamde ‘cutoff’-datum. Dat is de datum waarnaar wordt gekeken om te bepalen of iets als ‘ontbossing’ kan worden beschouwd. De wet zal pas van toepassing worden in 2025, maar door de definitie van de cut-off datum, zullen producten die bijvoorbeeld in 2023 ontbossing veroorzaken, ook niet op de markt mogen komen. ontbossing hebben veroorzaakt, niet meer op de Europese markt mogen komen. Een belangrijk minpunt van de wet is wel dat financiële instellingen (voorlopig) nog buiten schot blijven.  

Ook het nieuwe Wereldwijde Kader voor Biodiversiteit (GBF) – het resultaat van COP15 eind vorig jaar – zou een extra duw in de rug moeten geven. Het is weliswaar niet wettelijk bindend, maar zou toch een belangrijke leidraad moeten worden voor landen om hun beleid op af te stemmen. Een van de 23 doelstellingen van het kader richt zich ook expliciet op bedrijven: landen zullen wettelijke en beleidsmaatregelen nemen om bedrijven aan te moedigen om biodiversiteitsrisico’s in hun bedrijfsvoering op te volgen en erover te rapporteren. De streefdatum van het GBF is 2030: tegen dan moet de neerwaartse tendens van biodiversiteitsverlies zijn omgekeerd, richting herstel. Ook om dat mogelijk te maken, moet wereldwijde ontbossing nog ruim voor die datum stoppen. 

Tijd voor actie!

De belangrijkste conclusies die we uit dit rapport afleiden zijn dan ook: 

Bedrijven moeten nú hun achterstand inhalen en zich voorbereiden op de EUDR. Voorbij engagementen, via het opzetten van een effectief beleid om ontbossing en mensenrechtenschendingen uit hun waardeketens en financieringgstromen te weren tegen 2025. Hiervoor moeten waardeketens in kaart gebracht worden en verwachtingen duidelijk gemaakt voor leveranciers. Ze moeten transparant rapporteren over wat voortvloeit uit de opvolging,en de risicoanalyses en over de geboekte vooruitgang richting de doelstellingen.  

Overheden moeten zorgen voor naleving van de wetgeving en die uitbreiden naar financiële sector. Ze moeten ook voorzien in de nodige ondersteuning voor wie helemaal stroomopwaarts aan de waardeketen zit van producten met een ontbossingsrisico, zoals cacao, koffie en palmolie: de boeren in vaak kleinschalige productiesystemen in landen met tropisch bos. 

 

Terug
Beleidsmedewerker tropen

Pieter Van de Sype

pieter.vandesype@bosplus.be

Stem voor het bos

Hoe de Paashaas verantwoordelijk is voor de achteruitgang van Afrikaanse bossen

Lees meer artikels