Updates
Nieuws

Hoogwaardige toepassingen voor lokaal hout: als vraag & aanbod elkaar ontmoeten

Op 12, 13 en 14 november kwam er een kortstondige maar erg boeiende samenwerking tot stand tussen het KASK & Conservatorium en BOS+. We sloegen de handen in elkaar om de studenten instrumentenbouw kennis te laten maken met duurzaam bosbeheer en houtoogst van eigen bodem. Het werd een driedaagse waarin technisch bosbeheer in theorie en praktijk werd gesmaakt, waarin de keten van oogst tot verwerking bijzonder vlot samenkwam, en waarin ons hout voor inspirerende toepassingen werd ingezet: een deel van de oogst werd verwerkt in vershouten stoelen, en de verzaagde planken zullen – na 2-3 jaar drogen – worden gebruikt door een nieuwe generatie instrumentenbouwers. Omdat beelden meer zeggen dan woorden brengen we ook een uitgebreid beeldverslag. 

Dag 1: Bosbeheer in theorie en praktijk 

We startten onze driedaagse in de Lembeekse bossen in het Meetjesland ter hoogte van één van de bestanden van BOS+. Een drietal jaar geleden kregen we dit bestand, samen met nog een aantal percelen (in totaal 3 ha in de Lembeekse bossen) in eigendom via een legaat. Deze bestanden vormen voor ons ideale ‘open lucht labo’s’ om zelf aan de slag te gaan met de recent vernieuwde Pro Silva principes. Duurzaam en boomgericht bosbeheer staan hier centraal, waarbij de ‘economische functie’ van het bos evenwaardig – én gekoppeld – is aan de ecologische en sociaal-recreatieve functie. Net hierin waren de docenten en studenten instrumentenbouw geïnteresseerd: zij werken dagelijks met hout om het te verwerken tot hoogwaardige producten, en willen meer voeling krijgen met de ‘voorgeschiedenis’ van hun materiaal.  

Na een korte introductie tot BOS+ en een kadering van het bossencomplex Lembeekse bossen en Bellebargie, vertrokken we op excursie (7-tal kilometer) in de voormiddag, om terug bij ons bestand te eindigen. In de namiddag trokken we ons eigen bestand in met als doel aan exotenbeheer te doen en begeleidingssnoei in functie van kwaliteitshout toe te passen. 

Lembeekse bossen en Bellebargie: intro tot het ‘Vlaamse bos(beheer)’ 

De Lembeekse bossen en Bellebargie bieden het ideale decor om de studenten kennis te laten maken met verschillende bostypes in Vlaanderen (gradiënt arme droge zandgrond – vochtige rijkere zandleem, leeftijdsgradiënten), verschillende streefbeelden en voorbeelden van zonering in functie van de verschillende bosfuncties (speelzone, reservaat, waterwinning…). Ook verschillende uitdagingen voor bosbeheerders kwamen aan bod: exotenproblematiek, recreatiedruk, effecten van verdroging, verzuring en stikstofneerslag… waarbij er uiteraard ook ruimte was voor interactie. Er werden veel boeiende vragen gesteld, zowel door de studenten als de docenten, over hoe beheer praktisch en juridisch in zijn werk gaat, over boomsoortenkeuze, over hoe je biodiversiteit kan versterken, over klimaatadaptief bosbeheer. 

In het stuk in Bellebargie, een bosreservaat dat vroeger deel uitmaakte van een veel groter aaneengesloten bos samen met het Leen, werd ook stilgestaan bij de historische bevoorraadingsfunctie voor de stad Gent. Hout voor de bouw van huizen, meubels, sculpturen, muziekinstrumenten, warmte en zo veel meer was tot de 19e eeuw afkomstig uit de omliggende bossen van Gent. Bellebargie was één van de belangrijke bevoorraders, waarbij het hout op bargies (boten met een platte bodem) werd geladen en via de Burggravenstroom en de Lieve naar Gent werd gebracht. Het verhaal gaat dat er vroeger een bel hing in Bellebargie; wanneer een bargie stopte, luidde de schipper de bel en zo wisten de houthakkers dat ze een lading brandhout konden opladen.  Nu is Bellebargie een bosreservaat met nulbeheer van ca. 80 hectare met een uitzonderlijke dichtheid aan dikke zomereiken en beuken. 

Exotenbeheer en begeleidingssnoei 

In de namiddag konden de studenten zelf de handen uit de mouwen steken met exotenbeheer en vormsnoei op de agenda. 

In ons eigen BOS+bestand, gelegen op arme zandgrond en met een vrij verzuurde bodem omwille van de aanwezige naaldbomen en eiken, willen we ruimte geven aan inheemse rijkstrooiselsoorten en het bestand verder omvormen. Lembeekse bossen wordt gekenmerkt door vrij veel uitheemse soorten, vandaar dat we inzetten op onze 3 ha op inheems loofhout. Ca. 70 kub zware Amerikaanse eik is geschalmd om te oogsten. Om doorgroei van een volgende generatie Amerikaanse eik te vermijden, willen we de jonge(re) exemplaren bestrijden. Door behoud van het scherm van grove den en beuk, tamme kastanje en zomereik en andere soorten in de onderetage, blijft er een gunstig microklimaat behouden na de kap. In het najaar van 2026 voorzien we groepen jonge rijkstrooiselsoorten bij te planten. Ook Amerikaanse vogelkers voelt zich zeer goed thuis in dit bos en dreigt de omvorming naar meer inheems te hypothekeren. Op basis van de winterkenmerken, en in het geval van vogelkers ook dankzij z’n kenmerkende geur na het kneuzen van de schors, konden de studenten deze soorten herkennen en ‘te lijf’ gaan met eigen gereedschap: schilmessen en bijlen werden bovengehaald en vakkundig werden de stammen geringd. Ook paplaurier en rododendron werden aangepakt (uitgetrokken of met de bijl omgehakt). In een mum van tijd waren nagenoeg alle manueel te bestrijden exoten bestreden: 25 studenten een paar 100 boompjes laten ringen op een uur tijd blijkt een zeer efficiënte formule. Nooit eerder hebben we zo’n sterke ‘frangipannegeur’ waargenomen in het bos als toen (door de vrijgekomen cyanide uit de geschonden bast van de vogelkersen). 

     

Na het exotenbeheer, richtten we onze focus op de bomen van de toekomst: de toekomstbomen in het bestand werden opgezocht en na een demo begeleidingssnoei van Sander, gingen de studenten zelf aan de slag om aangeduide toekomstbomen (in de eerste fase met nog zeer jonge bomen (10 jaar) heten deze dan de ‘opties’) te snoeien om de garantie op kwalitatieve houtproductie te verhogen. We mikken op 30 à 40 toekomstbomen (voor kwaliteitshoutproductie) per hectare. Om voldoende zekerheid hiervoor te hebben, proberen we 90 à 120 opties te kiezen die we een handje helpen om een rechte, takvrije stam te vormen. Met een aantal vuistregels gingen de studenten aan de slag: altijd de takkraag behouden, niet meer dan 20 % van de levende kroon wegsnoeien, stijl omhoog groeiende zijtakken prioritair wegsnoeien, beste tijdstip om te snoeien is de zomer (we zijn dus niet in de juiste periode maar bij eik kan dat minder kwaad). 

Dag 2: Van aanplant tot plank in één dag 

Op dag 2 was het tijd om ook de vruchten te plukken van het werk van bosbeheerders en dus ook hout te oogsten. We startten de dag echter met het prille begin: boompjes planten in de Cluysebossen (in Kluizen, Evergem). Een 150-tal boompjes gingen de grond in en de studenten leerden handige tips & tricks om in acht te nemen bij aanplant. 

In de namiddag richtten we dan onze aandacht op kaprijpe bomen in een ander, nabijgelegen BOS+-bos in Kluizen, die ‘op stam’ werden aangekocht door het KASK & Conservatorium, en die geveld, versleept en ter plaatse verzaagd werden. ‘Aan hout kan je je meerdere keren warmen’ is een bekende uitspraak. Dat hebben we samen met de studenten aan den lijve ondervonden tijdens de namiddag. 

De docenten KASK & Conservatorium hebben de ambitie om opties te bekijken om in de toekomst meer ‘lokaal’ hout aan te kopen voor verwerking. Momenteel wordt hout aangekocht via de reguliere houtmarkt, en werken de bouwers met bv. esdoorn uit Turkije. Dat er bij ons in Vlaanderen – ook in de Cluysebossen van BOS+ – véél esdoorns groeien, biedt dus kansen om deze keten lokaler te ontsluiten.  

Planten én vellen voor de toekomst 

Onder begeleiding van Sander staken de studenten en docenten instrumentenbouw de handen uit de mouwen en de schop in de grond. In een bestand van BOS+ dat ca. 30 jaar oud is en voornamelijk uit gewone esdoorn en gewone es bestaat met hier en daar een linde, beuk en tamme kastanje, willen we omwille van de droogtegevoeligheid van beide hoofdboomsoorten en de sanitaire problemen met gewone es, nieuwe soorten toevoegen. Voorafgaand werd er een dunning uitgevoerd. We plantten een 10-tal groepjes van verschillende soorten. Omdat er een hoge wilddruk (ree, konijn, haas) is in het gebied, wordt ieder boompje beschermd met een koker. 

Onder bosbeheerders wordt vaak de wens uitgedrukt om hoogwaardig (niche)hout te produceren. De samenwerking met de studenten muziekinstrumentenbouw bood ons de gelegenheid om uit eerste hand te horen welke houtsoorten effectief interessant zijn. Enkele evidente zijn de gewone esdoorn en de boskers. Maar ook vb. hulst, taxus, gewone lijsterbes en linde zijn gewild voor instrumentenbouw. Ook een aantal soorten die je vaker buiten het bos vindt (boslandbouwers: spits de oren!), kennen hun toepassingen voor muziekinstrumenten: appel, peer, pruim. En onbekend maar zeer interessant: de peervormige lijsterbes. Deze boomsoort, een grote broer van de gewone lijsterbes en veel droogte- en hittegolftoleranter, willen we als BOS+ in samenwerking met het Franse CNPF meer bekendheid geven in Vlaanderen in het project “​​Sorbus to the rescue”.  

   

Intussen waren, op zo’n 3 kilometer verderop, Stijn Willen van ​​Timmersteek en Sanne aan het werk om een aantal esdoorns te vellen (diameter nabij 40 cm), en enkele kleinere eiken en lindes. Omdat de bomen overhelden richting de tuin van onze bosbuur, gebruikten we de ‘tire-fort’ om, na het aanbrengen van de valkerf en velsnede, de boom in de juiste richting te trekken. Stijn is een vakman met tonnen ervaring, zowel in boombeheer maar ook in houtbewerking en -onderzoek (bij het Woodlab, UGent). Grote bomen op de rand van een perceel die dan ook nog naar de verkeerde kant hellen en veiligheidsrisico’s inhouden, zijn niet zo simpel neer te leggen. Maar met de juiste techniek en de hulp van de tire-fort legde Stijn ze allemaal neer perfect waar hij het wilde, desnoods door eerst al klimmend de kroon te verkleinen. Hierbij werden de toekomstbomen die nog 100 jaar verder mogen groeien mooi ontzien.  

   

 

​​Uitslepen en verzagen: PK zonder paarden 

Kort voor de middag kwam ook Nico Vanderkimpen met zijn mobiele zagerij ter plaatse. Ondertussen zijn er tiental mobiele zagerijen actief in Vlaanderen. Mobiele zagerijen zijn het middel bij uitstek om lokaal hout een lokale toepassing te geven. Eens geveld kunnen de bomen direct verzaagd worden in planken van de gewenste dikte om dan na drogen een toepassing te krijgen, in dit geval dus instrumentenbouw.  

Tegen de lunch vervoegde ‘team planten’ (de studenten, docenten en Sander) het ‘team vellen’ (Stijn en Sanne), en kon de organisatie van de namiddag besproken worden: de studenten werden opgedeeld in drie (gedurende de namiddag roterende) teams met als taken: uitslepen en sorteren, helpen bij het verzagen en helpen bij het transport. Als dessertje na de lunch voorzag Stijn eerst nog een demo velling, inclusief deskundige uitleg en toepassing van de tire-fort. 

  

Het uitslepen en sorteren was een heuse klus. Voorafgaand aan het verslepen van de zware stamstukken dienden de bomen – waarvan de stammen in lengtestukken van 1.2 m waren verzaagd door Stijn: lengtemaat in functie van de ruggen van de toekomstige contrabassen – nog uitgesplitst te worden volgens diameter: kroonhout (kleiner dan 7 cm takdiameter) werd op stapels geplaatst om in het bos te blijven; werkhout (tussen 7 en 20 cm) en zaaghout (groter dan 20 cm diameter) kon rechtsreeks naar de mobiele zagerij. 

  

Het werkhout zal dienen voor de ‘bouwpakketten’ voor de vershouten stoelen, de oefening voorzien voor de derde dag binnen deze projectweek en het zaaghout zal worden gebruikt voor het verwerken tot instrumenten – na een paar jaar drogen. Een zeer fijne gedachte dat ‘ons hout’ zo’n mooie, hoogwaardige toepassingen krijgt. 

  

De groepen gingen telkens met veel toewijding, een indrukwekkende precisie en power (‘studentenkracht’) aan de slag. In een mum van tijd werden de gevelde stammen en takken keurig uitgesplitst, werd het zaaghout aangereikt bij de mobiele zagerij, en werden de vers verzaagde planken gestapeld voor transport richting het KASK. Het werkhout werd iets verderop gestapeld en al verder verzaagd en gekliefd en het kroonhout werd efficiënt gestapeld – klaar om heel wat fauna te huisvesten de komende winter. De mobiele zagerij zorgde de hele namiddag voor een ronkend achtergrondgeluid: ambiance in het bos. 

Dag 3: Instrumentenbouwers bouwen… stoelen 

Als slotdag van de projectweek gingen de studenten in hun eigen ateliers aan het KASK & Conservatorium aan de slag met een zogenaamde ‘vershout oefening’.  

Traditioneel ambacht 

We leerden van Daniël: “Vershout bewerking vraagt een andere manier van werken, en andere gereedschappen dan het werken met gedroogd hout. Dit ambacht is nauw verbonden met traditioneel bosbeheer; en is tegelijk met het verdringen van lokaal hout in de 19de eeuw vrijwel uitgestorven in België. Recent beleefde het ambacht in Engeland en Scandinavië een opleving. Het ontwerp dat de studenten maken is gebaseerd op het werk van Ben Law, een Britse bosbeheerder en ambachtsman. Het resultaat zal modern ogen; en tegelijk stevig en praktisch zijn.” Alweer iets bijgeleerd: vershouten meubels zullen niet per se krom trekken, als ze degelijk worden gemaakt.  

  

In crescendo toewerken naar een vershouten stoel 

De bedrijvigheid die we de voorbije 2 dagen in onze bossen hadden gezien, zagen we opnieuw in de ateliers van het Conservatorium. Het werkhout, amper 24h eerder geoogst uit het bos, werd met de hoogste precisie verzaagd en geschaafd tot voorpoten, achterpoten, sporten, stoelrails, rugleuningslatten, deuvels… De richtlijnen voor de oefening werden, voor de volledigheid, bijgevoegd bij dit verslag.  

In verschillende teams, bestaande uit een mix van studenten van de verschillende opleidingsjaren en verschillende richtingen (klavieren, blaasinstrumenten, strijkers…), werd alles in het werk gesteld om een vershouten stoel in elkaar te kunnen steken. Het resultaat mocht er zijn: drie vershouten stoelen, uniek in vorm, stonden te blinken op het einde van de dag. Met een groot applaus, en honger naar méér (we willen mogelijkheden onderzoeken om in de toekomst opnieuw samen te kunnen werken), sloten we een geslaagde projectweek af. 

   

 

 

Projectweek “van bos tot instrument” – een samenwerking tussen het KASK & Conservatorium en BOS+ 

Verslag: Sanne Van Den Berge en Sander Van Daele  

Met grote dank aan Daniël Vernooij, Bram De Man, Toon Lauwers, Frank Hollinga en de 25 studenten instrumentenbouw die ons bosbouwhart hebben gestolen. 

Terug

LiDAR in Gent: Hoe geavanceerde technieken (stads)bomen beter in kaart brengen

De Revue Gepasseerd | Kan Congo de wereld redden?

Lees meer artikels