Updates
Bosrevue

Verslag Pro Silva Excursie Bos t’Ename

28 oktober. Op deze fijne, herfstige zaterdag worden we verwelkomd door Guido Tack op de parking in Ename. Guido Tack is – al meer dan 20 jaar – medeconservator van het Bos t’Ename. Als jongen opgegroeid in Ename kent hij het bos dan ook door en door. Die liefde merken we al van bij de verwelkoming. Guido weet ons te vertellen dat Bos t’Ename om verschillende redenen een uniek bos is.

Het is één van de best onderzochte bossen van Vlaanderen, België en misschien zelfs Europa op vlak van biodiversiteit en geschiedenis. Sinds 1984 gebeurt er permanent onderzoek in het bos. Ook zijn de bosbouwkundige gegevens van 1063 tot 1709 bewaard gebleven in de abdij van Ename. Dit zorgt ervoor dat er een schat aan informatie voorhanden is over dit bos.  

Ook het bosbeheer is er uniek. Het focust op erfgoed en op biodiversiteit. Deze tweeledige focus zorgt ervoor dat in het bos mooie voorbeelden te zien zijn van middelhout en wastinevorming waar de beheerders experimenteren met oude technieken. Ook de grote vrijwilligerswerkgroep maakt van Bos t’Ename een uitzonderlijke plek. 

Redenen genoeg om een excursie naar dit bos te organiseren! 

De sociale functie

De beheerders betrekken op enorm veel manieren de omwonenden in het bosbeheer. Dit zorgt voor een groot draagvlak voor beheeringrepen. Het beheer van Bos t’Ename wordt bijvoorbeeld ondersteund door een enorme vrijwilligersgroep. Deze bestaat uit zo’n 500 mensen waarvan er jaarlijks 150 à 200 effectief de handen uit de mouwen steken. Deze vrijwilligerswerking creëert mogelijkheden om anders onhaalbare en onbetaalbare acties uit te voeren.

Het bos kunnen bezoeken is een belangrijke voorwaarde om het draagvlak bij omwonenden en vrijwilligers te bestendigen. Er is een vast padennetwerk aanwezig voor wandelaars. Daarnaast zijn er ook zones waar wandelaars doorgaans niet welkom zijn. Slechts op geleide wandelingen – waarvan er gemiddeld een 75 per jaar plaatsvinden – kunnen bezoekers deze zones bezoeken. Tot slot zijn er ook zones waar nooit iemand komt.

In de materialen van de paden zelf zien we eveneens het sociale aspect terugkomen. Sommige paden bestaan uit veldsteen dat wordt gestort door lokale boeren die het in hun oogst scheiden van de aardappelen. Andere paden bestaan dan weer uit korte stammen die door vrijwilligers uit hakhout gehaald zijn.

Tot slot is er ook een buitenklas en speelzone in het bos voorzien waar scholen, jeugdbewegingen en andere organisaties gretig gebruik van maken.

Figuur 1: Knuppelpad aangelegd met de hulp van vrijwilligers (c) BOS+

Bosbeheervormen

Bij de eerste aankopen van het Bos door Natuurpunt werd gekozen om naar drie bosbeheervormen toe te werken.

  1. Nietsdoenbeheer
    In een groot aandeel van het bos geldt een nulbeheer. Hier is er een grote hoeveelheid liggend en staand dood hout te vinden en staan er veel veteraanbomen met microhabitats. Het zijn dichte structuren waar vooral paddenstoelen en kevers goed gedijen. 60% van de soorten van Bos t’Ename is te vinden in dit soort bossen.
  2. Middelhoutbeheer 
    Op sommige percelen werd beslist om het oude middelhoutbeheer te herstellen. Deze worden gekenmerkt door een ijle bovenetage en een dichtere onderetage van hakhout. Guido gaf aan dat wat wij nu als een dichte onderetage benoemen, in vergelijking met vroeger nog ijl is. Toen stond er op elke meter een hakhoutstoof. Het hakhout wordt om de 9 jaar afgezet. De bovenetage bestaat voor een groot deel uit cultuurpopulieren (een overblijfsel van vroeger) waar dit voor de intrede van de cultuurpopulieren voor 80 tot 90% uit eiken bestond door de brede inzetbaarheid van deze soort. Middelhout zorgt voor een dynamischer ecosysteem dan nulbeheer en dus ook deels voor andere soorten. 50% van alle soorten van Bos t’Ename zijn te vinden in het middelhout en in bosranden.
  3. Actieve en passieve omvorming van homogene populierenbestanden 
    Een heel aantal van de bestanden bestonden uit homogene populierenbestanden waar al enkele jaren geen beheer in werd gevoerd. Een aantal van deze bestanden worden passief omgevormd naar soortenrijkere bestanden door er niets in te doen. In de rest worden de populieren gekapt en verkocht.

Bosuitbreiding

Doorheen de jaren kocht Natuurpunt verschillende percelen aan voor bosuitbreiding. Meestal laat men die percelen spontaan verbossen. De ene keer al met meer succes dan de andere. Slechts bij gronden naast intensieve landbouw wordt (gedeeltelijk) actief bebost om sneller een buffer te hebben tegen de negatieve effecten van intensieve landbouw.

In totaal is er momenteel 175 ha in effectief natuurbeheer waarvan 60 ha oudbos. Het totale visiegebied beslaat 270 ha. 

We stoppen onder andere aan een bos dat in 1996 aan spontane ontwikkeling werd overgelaten. In de spontane verbossing beginnen na ca. 30 jaar de boswilgen (90% van de individuen in het begin) weg te kwijnen. Berk (10% van de individuen) daarentegen houdt nog stand. Op het perceel staan ook verschillende andere soorten die nu stilaan beginnen door te breken zoals eik, haagbeuk, es en esdoorn. In totaal telt het perceel 14 boomsoorten.  
Verderop komen we langs een perceel dat iets later in natuurbeheer kwam. Na 20 jaar spontane ontwikkeling met begrazing is hier eerder een wastine dan een bos ontstaan. Slechts hier en daar vormen zich verruigingseilanden met ijl verspreide bomen erin en langs de randen trekken langzaam boomsoorten op zoals de sleedoorn die groeit vanuit worteluitlopers. De reden voor het verschil met de dichte verbossing is de uitgangssituatie: dit perceel vertrok van een internsief beheerd grasland met dichte grasmat wat waarschijnlijk de spontane vestiging van boomsoorten heeft gehinderd. 

Figuur 2: Perceel waar de spontane verbossing zeer traag verloopt door de dichte grasmat als uitgangssituatie (c) BOS+ 

We passeren tot slot twee naast elkaar gelegen percelen. De spontaan gevestigde soorten zijn zeer verschillend. Het eerste perceel wordt gedomineerd met boswilg. Het tweede perceel kent een ijlere bezetting van essen. De verklaring die hieraan wordt gegeven is dat op het eerste veld wintergraan stond. Dit wordt gezaaid vóór de winter en tegen dat dit geoogst wordt is de boswilg volop bezig met het verspreiden van zijn zaad. Op het tweede perceel werd zomergraan gezaaid. Tegen dat dit gedorst werd, was de zaadverspreiding van boswilg al gestopt. Dit heeft ervoor gezorgd dat in de eerste jaren het perceel volledig overwoekerd werd door bramen waaruit pas later enkele climaxsoorten tevoorschijn kwamen.

De ecologische waarde

Bos t’Ename kent natuurlijk ook een hoge ecologische waarde. Dit kwam slechts beperkt aan bod tijdens de excursie maar is te belangrijk om in dit verslag te negeren.  
Om de biodiversiteit zo compleet mogelijk in kaart te brengen, werd door een “Alle Taxa Biodiversiteit Inventarisatie” een biodiversiteitsaudit uitgevoerd. In totaal werden 8200 soorten gevonden.  De inventarisatie gebeurde door vrijwilligersgroepen, maar ook door gestuurd onderzoek. Doordat hier al sinds 1980 onderzoek plaatsvindt en er veel gegevens van ruim daarvoor beschikbaar zijn, is dit bos een zeer gegeerde plek om onderzoek te voeren.   
Een mooi voorbeeld hiervan is een orchideeënveld waar we bij stoppen. Er komen veel orchideeën voor maar op basis van het aantal soorten planten scoort dit grasland niet zo hoog qua biodiversiteit. Door echter ook de fungi mee te nemen, krijg je echter een heel ander beeld want er komen maar liefst 15 verschillende soorten wasplaten voor. 
 

Figuur 3: conservator Guido Tack geeft uitleg bij het orchideeënveld (c) BOS+ 

Houtproductie

Hout is in het Bos t’Ename een ‘restproduct’ uit het beheer. De financiële opbrengst is hier dan ook niet belangrijk. Dat wil echter niet zeggen dat er geen houtproductie is. 
Momenteel wordt de oude loods aan de rand van het bos verbouwd tot een ontmoetingscentrum. Pieter Blondé, de andere conservator, licht dit toe. Bij de bouw hiervan wordt een heel aandeel hout gebruikt dat uit het omliggende bos komt.  
Tamme kastanje wordt gebruikt als buitenbekleding van de boerderij. Dit hout is half gedroogd en door de toegepaste techniek is het geen probleem dat het hout nog werkt na toepassing. De tamme kastanje werd lokaal geveld als bovenstaanders in middelhoutbestanden. Een deel werd ter plekke verzaagd met een mobiele zagerij, een ander deel werd naar een nabije zagerij gebracht om daar te verzagen.  
De kepers in het gebouw werden van populier gemaakt. Deze werden uit een oude homogene plantage gekapt en vervolgens zelf verzaagd en geschaafd.  
Tot slot zien we de dag zelf robinia’s geveld worden in het bos. Deze werden dezelfde dag nog naar de loods gebracht en werden ter plekke ontdaan van de schors om rot tegen te gaan. Die stammen zouden de volgende week al opgezet worden als pilaren die spontaan konden drogen in positie.  

Figuur 4: conservator Pieter Blondé bij de pas gevelde Robinia’s (c) BOS+

De binnenmuren worden opgebouwd met kepers die vaksgewijs worden opgevuld met stro van de lokale akkers. Hierop wordt een laag leem aangebracht dat werd gewonnen bij het uitgraven van een amfibieënpoel naast de loods. Dat leem wordt overigens ook gebruikt om zongebakken stenen mee te maken volgens een oude en jammer genoeg bijna vergeten techniek.  
Bij de bouw van de loods heeft men van in het begin een circulaire bril opgezet. Zo veel mogelijk van de materialen moeten bij afbraak terug aan de natuur kunnen gegeven worden of terug gebruikt worden in andere bouwwerken. Tegelijk moet ook dit gebouw voldoen aan net dezelfde eisen qua isolatie en brandveiligheid als andere gebouwen.  
Het is een huzarenstukje geworden dat men niet alleen op poten kon zetten. Bijstand van experten, zoals architectenbureau Murmuur, was daarom cruciaal doorheen het proces. Daarnaast zijn er ook veel helpende handen nodig tijdens de bouw van een dergelijk complex project. Ook hier zien we weer de sociale sterkte van Bos t’Ename naar boven komen. Tijdens verschillende bouwkampen hielpen kinderen leemstenen te maken en elk weekend helpen 10 tot 20 vrijwilligers mee aan de bouw.  

Gelieve als volgt te citeren: 

Isaac Lievevrouw (2024) Verslag Pro Silva Excursie Bos t’Ename. Bosrevue 113b.

ISSN 2565-6953 – Bosrevue 113b 

 

Terug

Bovengrondse koolstofopslag in beheerde en onbeheerde bossen in Vlaanderen

Verslag themavoormiddag: de houtsector en import in Vlaanderen 

Lees alle bosrevue artikels