Updates
Nieuws

Natuurrapport 2023: waardevolle inspiratie voor het biodiversiteitsbeleid van de toekomst

© Vilda - Yves Adams

Op 18 september stelde het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek (INBO) haar nieuwste Natuurrapport voor in het Vlaams parlement. BOS+ was erbij, en deelt enkele lessen uit dit belangrijk werkstuk. “Dit Natuurrapport 2023 is niet de zoveelste eenzijdige aanklacht over de tot nu toe nog altijd niet gestuite biodiversiteitsachteruitgang.” benadrukt Maurice Hoffman (directeur INBO) meteen in het voorwoord. En inderdaad, eerder dan een cijfermatige oefening over de stand van onze natuur, is het voorliggend rapport het resultaat van een zoektocht en dialoog met beleidsmakers en experten.

Een zoektocht naar hoe een geslaagd Vlaams biodiversiteitsbeleid kan vormgegeven worden, met een brede blik op onze omgeving – waarin mens en biodiversiteit, klimaat en levenskwaliteit samenkomen – als uitgangspunt. Een zoektocht naar hoe we tegen 2030 de ambitieuze doelen uit de Europese Green Deal en de bijbehorende Biodiversiteitsstrategie kunnen behalen, welke barrières we daarvoor moeten overwinnen, en vooral: hoe we daaraan beginnen.  

De verdienste van dit rapport is tweeledig. Enerzijds geeft het een heldere stand van zaken van ons Vlaams biodiversiteitsbeleid en schetst duidelijk de enorme uitdagingen waar we voor staan om dat in lijn te brengen met internationale doelen en de urgentie van een mondiale biodiversiteits- en klimaatcrisis. Rode draad: ambities voor meer en beter beschermde natuur in Vlaanderen zijn niet nieuw – denk maar aan het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, de afbakeningsprocessen voor natuur en landbouw (AGNAS) en de belofte van 10.000 hectare bosuitbreiding in de jaren ‘90 – maar concrete doelstellingen en actieplannen blijven ontbreken.  

Kleine parelmoervlinder op Duinviooltje


© Vilda – Jeroen Mentens

Anderzijds kijken de onderzoekers, met een zeer open blik, naar verschillende oplossingssporen om te raken tot echte verandering op het terrein, die bovendien sociaal rechtvaardig moet verlopen. Ze gaan daarbij op zoek naar win-wins en een integrale beandering om te komen tot een ware systeemverandering. Weg van de klassieke, sectorale en stapsgewijze aanpak, naar ‘snelle, transformatieve veranderingen in álle beleidsdomeinen en maatschappelijke sectoren.’ Tegelijk zijn de geformuleerde voorstellen daadkrachtig, worden heilige huisjes niet geschuwd, en staan ze met de voeten op de grond. Bijna letterlijk, want ook de vraag waar en met welke ruimte we onze natuur en biodiversiteit gaan uitbouwen en natuurlijke systemen (o.a. hydrologie) herstellen, staat centraal. In het hele rapport wordt gehamerd op samenwerking: tussen verschillende overheden en verschillende sectoren – de ruimtelijke in het bijzonder.  

Vier uitdagingen 

Het rapport komt er in de aanloop naar de belangrijke verkiezingen van 2024, en is daarmee enorm waardevol als inspiratiebron voor onze beleidsmakers en partijen. Veel van de oplossingssporen vertonen parallellen met ons eigen verkiezingsmemorandum, en zien we dan ook graag doorvertaald naar de partijprogramma’s en een toekomstig regeerakkoord. 

Concreet hebben de onderzoekers vier grote, onderling verbonden uitdagingen gedefinieerd waar Vlaanderen voor staat: een samenhangend natuurnetwerk creëren, droogte en overstromingen remmen, leefbaarheid in steden verhogen, en klimaatverandering tegengaan. Nature based solutions – of het slim inzetten van natuur op strategische plaatsen – zijn in de oplossingen het uitgangspunt.  

Ruimte voor natuur 

Ook ruimte is een centraal begrip. Voor de uitbreiding en versterking van ons natuurnetwerk, voor een geslaagd rivier- en vallieherstel, en voor een significante vergroening van onze steden zijn nieuwe en krachtige instrumenten nodig voor de verwerving of aanwending van gronden. Zo breekt het rapport een lans voor een actief grondenbeleid door overheden. Vandaag hebben overheden (in de ruime zin) nog steeds een groot en relevant patrimonium aan gronden in handen (in de provincie Oost-Vlaanderen bijvoorbeeld geschat op ruim 10% van de oppervlakte!), die zij veel meer en gerichter kunnen inzetten voor de realisatie van natuur en andere maatschappelijke doelen. Ook door het vaker aanwenden van voorkooprechten en in bepaalde gevallen onteigeningen, kan gebiedsgericht gewerkt worden. En dat is nodig, want in onze hele ruimtelijke regelgeving en vergunningenbeleid wegen private belangen onevenwichtig door ten opzichte van publieke, wat een gericht beleid voortdurend afremt.  

Bloeiende krabbenscheer


© Vilda – Rollin Verlinde

Klimaatontwrichting: internationaal en intersectoraal probleem bij uitstek 

In het hoofdstuk over klimaatverandering wordt de blik ook buiten Vlaanderen gericht. De klimaatcrisis is dan ook bij uitstek een globale uitdaging. In dit luik wordt dus zeer terecht rekening gehouden met onze impact op natuur – en daarmee CO2-uitstoot – in het buitenland. Om die beter in beeld te kunnen brengen, worden indicatoren voorgesteld in een aanvullende studie. De eerste waarden die voor die indicatoren werden berekend, bevestigen met meer detail wat in grote lijnen al duidelijk was: het overgrote deel van onze negatieve impact op biodiversiteit vindt plaats buiten Vlaanderen. Voor de bijdrage van onze economie aan het wereldwijde verlies van soorten is dat zelfs een overweldigende 99%!  

Economie, dat betekent: het grasland, akkerland en bos dat we bij ons en wereldwijd gebruiken voor onze consumptie en productie. Dat ruimtebeslag is ook goed voor ongeveer 26.000 ha (sub)tropische ontbossing per jaar – 6.000 door consumptie, 20.000 door export. Dat betekent dat elke vijf à zes jaar Vlaanderen een oppervlakte (sub)tropisch bos doet verdwijnen zo groot als het hele Vlaamse bosareaal. De CO2-uitstoot van die natuurschade is ongeveer even hoog als de hoeveelheid CO2 die Vlaamse bossen elk jaar opslaan. Bij de verschillende indicatoren spelen volgende sectoren telkens een belangrijke rol: veeteelt, de productie van veevoer en onduurzame bosbouw (zoals het kappen van oerbos om plaats te maken voor plantagebos).  

Tureluur


© Vilda – Yves Adams

Om klimaatverandering, inclusief die impact over onze grenzen heen, systemisch aan te pakken, wijst het rapport op het potentieel van een versterkte bio-economie. Door meer hout en andere biomassa duurzaam te produceren op eigen grondgebied, zouden we de druk op ecosystemen in het buitenland kunnen verlichten. Duurzaam betekent daarbij vooral: op een manier die geen druk legt op onze eigen natuur. Daarvoor zijn onder andere een gedeelde visie en landschapsaanpak cruciaal.  

Twee bijkomende pistes om onze impact op het buitenland te verminderen die onze aandacht trokken in het rapport, zijn de Eiwitstrategie en het Vlaams Fonds Tropisch Bos (VFTB). Beide instrumenten bestaan al, maar om hun potentieel als hefboom waar te maken is er zeker nog ruimte voor versterking. Het VFTB ondersteunt projecten rond duurzaam bosbeheer, bosbescherming en –herstel in Latijns-Amerika, met belangrijke aandacht voor betrokkenheid en economische voordelen van lokale en inheemse gemeenschappen. Dat soort ondersteuning is een zeer welgekomen aanvulling van de Europese wet tegen geïmporteerde ontbossing. Het helpt ook mee de enorme wereldwijde financieringskloof voor biodiversiteit te dichten. De Eiwitstrategie mikt dan weer op het verminderen van onze vlees- en zuivelconsumptie, en pakt daarmee de belangrijkste wereldwijde oorzaak van ontbossing aan.  

Onze enorme druk op biodiversiteit in het buitenland verdient misschien wel een apart hoofdstuk, maar het rapport reikt zo alvast oplossingen aan waarmee Vlaanderen wel degelijk die impact kan verminderen. 

Benieuwd naar de rest van het rapport? Ontdek het zelf op INBO Natuurrapporten | Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (vlaanderen.be) 

Terug
Beleidsmedewerker Vlaanderen

Laure De Vroey

laure.devroey@bosplus.be

Stem voor het bos

Hoe de Paashaas verantwoordelijk is voor de achteruitgang van Afrikaanse bossen

Lees meer artikels