Updates
Nieuws

Ontbossing in Vlaanderen (2) – Dweilen met de kraan open

© Vilda - Yves Adams

De verschuivingen in ons bosareaal zijn groot: het bos verplaatst zich tussen regio’s en tussen planologische bestemmingen. Dat is alleen maar mogelijk omdat rooien te eenvoudig is. Ondanks een principieel ontbossingsverbod in het bosdecreet, worden ontheffingen en vergunningen ruim toegekend.

Pijnlijke conclusies

Om inzicht te krijgen in die dynamiek, vraagt BOS+ al sinds begin jaren 2000 de relevante cijfers over vergunde ontbossingen op bij het Agentschap voor Natuur en Bos in het kader van de zogenaamde ‘Bosbarometer’. Intussen beschikken we over data voor een tijdserie over de periode 2001-2021. 

Zelfs als we enkel naar de vergunde ontbossingen kijken, zijn de conclusies pijnlijk. Tussen 2001 en 2021 bleef de oppervlakte vergunde ontbossing stijgen. In twintig jaar verdween maar liefst 5.088 hectare bos met vergunning, een brutoverlies van 3.5% van ons totale bosgebied. Dat komt neer op gemiddeld 242 hectare per jaar, of iets meer dan een voetbalveld per dag. 

 

Niet alleen verliezen we jaarlijks veel bos, omgekeerd komt er ook wel wat bos bij. Maar ook langs die positieve zijde is er weinig bekend over de kwaliteit en het beschermingsstatuut van deze nieuwe bossen. Jong (minder dan 22 jaar oud) en in het bijzonder ‘spontaan’ bos kan makkelijker (want in landbouwgebied zonder vergunning en elders zonder compensatieplicht) weer gekapt worden. Sowieso duurt het decennia of zelfs eeuwen vooraleer het nieuwe bos dezelfde ecosysteemdiensten zal leveren als een goed ontwikkeld bos. 

De dataset van vergunde ontbossingen is erg interessant om lessen te trekken over het gevoerde vergunningenbeleid, maar een volledig overzicht van alle ontbossing in Vlaanderen biedt ze in geen geval. Daarvoor zijn er te veel en te belangrijke ontbossingen die zónder ontbossingsvergunning gebeuren.

  • illegale ontbossing
  • ontbossingen in het kader van Europese natuurdoelen en binnen goedgekeurde natuurbeheerplannen (natuurontbossing)
  • ontbossingen van private bossen jonger dan 22 jaar, gelegen in landbouwgebied.

Waar ontbossingen die illegaal zijn of die een omgevingsvergunning hebben gekregen, gecompenseerd moeten worden, is dat niet het geval voor natuurontbossingen en ontbossingen in landbouwgebied. 

Boscompensatie: een zwaktebod

Tegenover al die ontbossing staat – althans in theorie – een boscompensatiemechanisme dat de totale Vlaamse bosoppervlakte in balans moet houden. Het principe is dat een ontbossing in Vlaanderen slechts vergund wordt op voorwaarde van een compenserende bebossing (financieel via het betalen van een bosbehoudsbijdrage of in natura) die rekening houdt met de ecologische waarde van het gekapte bos. Op zich is dat idee niet verkeerd. Maar boscompensatie moet een laatste redmiddel zijn, geen vrijgeleide voor meer ontbossing. En het moet slim gestuurd worden, opdat het de kwaliteit van het bosareaal kan versterken en niet verzwakken. Vandaag is die sturing zoek, waardoor het mechanisme de negatieve trends van versnippering en stadsvlucht van onze bossen alleen maar versterkt. 

Verder lezen? 

Onze meest kwetsbare en waardevolle bossen verdwijnen aan een snel tempo. Lees er meer over in deel 3: Waardevol bos is weerloos. Deel 1 gemist? Lees het hier. 

Naar het volledige rapport
Naar de campagnepagina.

 

 

 

Mist over het Vlaamse bos

De voorbije jaren is er veel te doen geweest rond de officiële Vlaamse bosoppervlakte en de duizelingwekkende bokkensprongen die deze leek te maken. Om die te begrijpen, moeten we terug naar de verschillende karteringsmethodieken die de Vlaamse overheid in het verleden gebruikte voor het bepalen van haar bosoppervlakte.

© Vilda – Yves Adams

In 2001 bestond er met de zogenaamde Bosreferentielaag een consensus over de bosoppervlakte. Vlaanderen had op basis van die methodiek een bosareaal van 146.000 hectare bos wat overeenkomt met een bosindex van 10,8%.

Daarnaast is er de Vlaamse Bosinventaris: een statistisch solide methodiek die ook toelaat om de oppervlakte en toestand van onze bossen te bepalen op basis van een uitgebreid raster van meetpunten en over een langere periode gespreide terreinbezoeken. De eerste bosinventaris werd gepubliceerd voor de periode 1997 tot 1999, een tweede editie voor 2009 tot 2018. De Vlaamse Bosinventaris heeft daarmee het nadeel erg arbeids- en tijdintensief te zijn, maar geeft wel een betrouwbare inschatting van het bosareaal – zij het met een belangrijke foutenmarge18. 

Toen de overheid in 2011 een nieuwe en geautomatiseerde techniek voor een 3-jaarlijkse state of the art meting, kartering en rapportage van de Vlaamse bosoppervlakte aankondigde, barstte de discussie pas echt los. Deze nieuwe methodiek kreeg de naam ‘Boswijzer’, al is dat op zijn zachtst gezegd een controversiële keuze.

Wat de Boswijzer doet is op basis van luchtbeelden en via een automatisch proces een gebiedsdekkende kaartlaag genereren van aaneengesloten hooggroen dat voldoet aan een aantal criteria en daardoor met enige waarschijnlijkheid onder de definitie van bos valt. Daarmee is de Boswijzer ontegensprekelijk een nuttig instrument voor het monitoren van onze bossen en aaneengesloten hooggroen, en voor het begrijpen van ruimtelijke trends. Maar cruciaal is dat deze kaarten uitsluitend gebaseerd zijn op kroonbedekking (land cover) en geen rekening houden met landgebruik (land use).

Ze zijn daarom ook uitdrukkelijk niet geschikt voor het bepalen van een officiële bosoppervlakte. Dat ze hiervoor onder het kabinet van minister Schauvliege toch werden ingezet, leidde tot al te positieve claims over de officiële bosoppervlakte en de evolutie ervan, en tot veel en lange discussies met en snoeiharde kritiek door experten. 

Bovendien bleken parallel ook andere methodieken gebruikt te worden voor de vaststelling én rapportering van onze bosoppervlakte, onder andere in het kader van de Europese LULUCF verordening (land use, land us change and forestry). De bokkensprongen van de Vlaamse bosoppervlakte die daaruit voortkwamen, worden misschien nog het best samengevat in een grafiek.

 

Uiteindelijk zou pas in 2018, met de tweede Vlaamse Bosinventaris, opnieuw een consensus bereikt worden over een degelijke methodiek voor het bepalen van de officiële Vlaamse bosoppervlakte. Met 140.279 hectare, plus of min een foutenmarge van 3.000 tot 5.000 hectare (zo’n 3,5%), bleef deze de voorbije 20 jaar officieel gelijk. Of liever: de vastgestelde veranderingen zijn kleiner dan de grote foutenmarge. Tussen het meest positieve en het meest negatieve scenario zit een verschil van 10.000 hectare.  

Terug

Stem voor het bos

Hoe de Paashaas verantwoordelijk is voor de achteruitgang van Afrikaanse bossen

Lees meer artikels